×

Marktplaats App

Verder kijken met de Marktplaats app
Bekijken

2 x Meijer Bleekrode Houtsnede nobelprijs Eijkman Einthoven

88 x gezien 2 x bewaard sinds 14 jun. '18, 22:17
€ 200,00
Bericht

Beschrijving

2 x Meijer Bleekrode  Houtsnede nobelprijs Eijkman en  Einthoven.
Bovenaan gesigneerd M links en B Rechts

Meijer Bleekrode (Amsterdam, 13 februari1896  Sobibór, Polen, 23 april 1943)
Veel werk van hem bevindt zich in het Joods Historisch Museum

Deze heb ik daar niet aangetroffen!

In oude lijstjes achter glas met paspartout.
Afmetingen met lijst en paspartout
22.5 x 17 cm
Beeld
14.5 x 11.5 cm
Exclusief verzendkosten

Verzenden voor risico van de koper


Meijer Bleekrode (Amsterdam, 13 februari1896  Sobibór, Polen, 23 april 1943) was een Nederlandse graficus, grafisch ontwerper, politiek tekenaar, schilder, ontwerper, etser, lithograaf en boekbandontwerper. Hij was de zoon van Benjamin Bleekrode, diamantslijper, en Regina Boekman. Op 9 november 1927 trouwde hij met Els van Witsen, diamantsnijdster, met haar had hij een dochter en een zoon.
Na een opleiding in het diamantvak, werd hij toch liever kunstenaar. Hij volgde daarna een opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam tussen 1922 en 1923, en vanaf 1923 de Rijksnormaalschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam. Hij kreeg les in grafische technieken van de graficus J.B. Heukelom, die tevens leraar van de ontwerpster Fré Cohenwas.  Hij maakte illustraties voor De Notenkraker en ontwierp affiches voor de SDAP. Later zou hij illustraties maken voor het blad De Fakkel, orgaan van de Onafhankelijke Socialistische Partij waarvan hij in 1932 lid werd. In 1935 wilde Bleekrode niets meer van politiek weten en probeerde van zijn kunstenaarschap te leven. Hij ging toen voornamelijk schilderijen maken en probeerde die aan zijn bekenden te verkopen.
In augustus 1942 moest de familie Bleekrode zich melden bij de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, verzamelpunt voor joden voor transport naar Westerbork. De Bleekrodes doken toen onder. De kinderen overleefden de oorlog, maar Bleekrode en zijn vrouw werden gepakt. Op 20 april 1943 werden zij gedeporteerd naar Sobibór, waar zij op 23 april direct na aankomst werden vermoord

.Christiaan Eijkman (Nijkerk, 11 augustus1858[1]  Utrecht, 5 november 1930[2]) was een Nederlands arts, patholoog en Nobelprijswinnaar. Samen met zijn medewerker Gerrit Grijns toonde hij aan dat de ziekte beriberi wordt veroorzaakt door een onvolwaardige voeding. Deze ontdekking lag aan de basis van de ontdekking van vitamines. In 1929 werd aan Eijkman, samen met de Britse biochemicus Frederick Gowland Hopkins, hiervoor de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde toegekend

  Christiaan Eijkman

11 augustus 1858  5 november 1930

Geboorteland Nederland
Geboorteplaats Nijkerk
Overlijdensplaats
Utrecht
Nobelprijs Fysiologie of Geneeskunde
Jaar1929
Reden "Voor de ontdekking van diverse vitamines." Samen met Frederick Gowland Hopkins
Voorganger(s)Charles Nicolle
Opvolger(s)Karl Landsteiner
Portaal    Geneeskunde

Biografie

Christiaan Eijkman was de zoon van de schoolmeester Christiaan Eijkman en Johanna Alida Pool. Hij doorliep de school van zijn vader en deed cursussen wiskunde en klassieke talen. Zo was hij in staat om in 1875 te worden toegelaten tot de artsenopleiding aan de Militaire Geneeskundige School van het Athenaeum Illustre te Amsterdam. Hij promoveerde er in 1883 cum laude. 30 augustus 1883 trouwde hij met Aaltje Wigêri van Edema, en samen met zijn echtgenote vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar hij medisch officier werd in Semarang en later in Tjilatjap in het zuiden van Java, alsook in Padang Sidempoean in West-Sumatra. Hij liep er malaria op. In 1885 keerde hij wegens ziekte naar Nederland terug; zijn vrouw overleed op 8 januari 1886. Eijkman specialiseerde zich te Amsterdam onder Joseph Forster in bacteriologie en vervolgens te Berlijn onder Robert Koch. Daarna vertrok hij in een missie, die was samengesteld om beriberi te onderzoeken, weer naar Indië. Hij huwde op 21 juli 1888 met Bertha Julie Louise van der Kemp. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. In 1888 werd hij aangesteld als directeur van het laboratorium bij het militair hospitaal te Weltevreden (Batavia), en kreeg hij het directoraat over de school tot opleiding van inlandse artsen, de Dokter Djawa School.

In 1898 keerde Eijkman naar Nederland terug; de Universiteit van Utrecht benoemde hem tot gewoon hoogleraar in de gezondheidsleer, de geneeskundige politie, en de gerechtelijke geneeskunde. Op 1 oktober 1898 aanvaardde hij zijn leerstoel met het uitspreken van de rede 'Over gezondheid en ziekte in heete gewesten'. In 1907 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, KNAW. Hij organiseerde er studies in tropische gezondheidszorg, tropische fysiologie en bacteriologie. Hij deed er belangrijk onderzoek naar bloedarmoede in de tropen, hondsdolheid, bacteriologische analyse van drinkwater en de seizoensinvloed op de stofwisseling.

In 1913 sprak hij als rector magnificus van de Universiteit van Utrecht een rede uit met het motto "Simplex non veri sigillum" (eenvoud is niet het kenmerk van het ware), een antithese op het motto van Boerhaave "Simplex sigillum veri".

In 1929 werd aan hem en aan Sir Frederick Hopkins de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde toegekend, omdat hun ontdekkingen hebben geleid tot de ontdekking van antineuritische vitamines. Hij werd enkele malen geridderd en naar aanleiding van zijn 25-jarig jubileum werd de Eijkman Medaillenaar hem vernoemd.

Eijkman stierf in Utrecht op 5 november 1930, na een langdurig ziekbed.

Zijn bijdrage aan de ontdekking van vitamine

In de jaren 80 van de 19e eeuw nam de ziekte beriberi endemische vormen aan in Nederlands Indië. Eijkman werd als medisch officier in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger uitgezonden naar Batavia op Java, waar het leger een Laboratorium voor Pathologische Anatomie en Bacteriologie ingericht had. In navolging van recente ontdekkingen van bacteriën als oorzaak van belangrijke ziekten (tuberculose, cholera) werd ook in het geval van beriberi aanvankelijk gezocht naar een bacterie die beriberi zou veroorzaken. Echter iedere poging om beriberi te verklaren als gevolg van een bacteriële ziekteverwekker liep stuk.

Eijkman voerde, samen met Gerrit Grijns, in Nederlands-Indië een zeker voor die tijd goed opgezette serie experimenten uit, waarin ze ontdekten dat de symptomen van beriberi bij kippen kunnen worden opgewekt door ze witte rijst te geven en dat dit voorkomen en genezen kan worden door ze er de zemelen bij te geven. Eijkman schrijft dat toe aan een vermeend zenuwgif in het endosperm van rijst, waartegen een factor in de rijstzemelen zou beschermen. Hij noemde deze factor de "anti-beriberifactor". Eijkman publiceerde deze conclusie in 1897.

Echter, zijn collega en opvolger Gerrit Grijns begon te vermoeden dat juist het ontbreken van een bepaald ingrediënt tot de ziekte leidde. Hij besprak dit idee van een (in de woorden van Grijns) "partiële honger" en een "ontbrekende stof" met Eijkman die moeite had de ideeën van Grijns te accepteren. Tot 1916 bleef Eijkman zich verzetten tegen het idee dat het bij beriberi alleen om een tekort aan een bepaalde voedingsstof ging. Hij bleef rekening houden met de mogelijkheid van een bacteriële oorzaak van beriberi. Hij raakte zelf pas geheel overtuigd van het stoffelijke karakter van vitaminen toen in 1926 Willem Frederik Donath en Barend Coenraad Petrus Jansen erin slaagden thiamine te isoleren

Willem Einthoven (Semarang, 21 mei 1860  Leiden, 28 september 1927[1])
was een Nederlandse arts die bekend werd als uitvinder van de snaargalvanometer, waarmee hij praktisch bruikbare elektrocardiogrammen (ECG) kon vervaardigen. Hij ontwikkelde ook terminologie voor het interpreteren ervan. In 1924 werd hij hiervoor onderscheiden met de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde.

  Willem Einthoven

21 mei 1860  28 september 1927

Willem Einthoven in 1906

Geboorteland Nederlands-Indië Geboorteplaats Semarang Nationaliteit Nederlands Overlijdensplaats Leiden
Nobelprijs Fysiologie of Geneeskunde Jaar 1924
Reden
Voor de ontdekking van het mechanisme van het elektrocardiogram Voorganger(s)
Frederick Banting
John Macleod Opvolger(s)Johannes Fibiger Portaal    Geneeskunde

Biografie

Willem Einthoven werd geboren op het eiland Java in Nederlands-Indië als zoon van de legerarts Jacob Einthoven en Louise Maria Mathilde Caroline de Vogel, de dochter van de Rijksambtenaar der Financiën in India. Nadat Willems vader in 1870 overleed, verliet vier jaar later zijn moeder met haar zes kinderen Nederlands-Indië en vestigde zich in Utrecht. In 1878 voltooide Willem hier zijn schoolopleiding met een einddiploma HBS. Op 16 oktober 1878 schreef hij zich in Utrecht in als student geneeskunde. Tijdens zijn studie ontwikkelde hij een sterke interesse voor de natuurkunde en de oogheelkunde, zijn leermeesters waren fysicus C.H.D. Buys Ballot, fysiologen W. Koster en F.C. Donders en de oogarts H. Snellen. In zijn studietijd is Willem zeer sportief als schermer. Aanvankelijk wilde hij oogarts worden. Maar door een breuk in zijn pols die door de geneesheer verkeerd werd behandeld ontstond er een stijfheid in zijn pols. Om weer voldoende beweeglijkheid in zijn pols te krijgen ging hij roeien. In 1880 was hij als student medeoprichter van de Utrechtsche Studenten Roeivereeniging "Triton".

Op 4 juli 1885 promoveerde Willem cum laude bij professor Snellen op zijn proefschrift over Stereoscopie door kleurverschil, waarna hij op 9 januari 1886 te Amsterdam tot arts werd bevorderd. Nog geen jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar in de fysiologie en histologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij de overleden hoogleraar Adriaan Heynsius opvolgde. In datzelfde jaar trad hij op 29 april in het huwelijk met zijn nicht Frédérique Jeanne Louise de Vogel. Uit dit huwelijk werden een zoon en drie dochters geboren.

Elektrocardiogram

Een van de eerste commerciële ECG-toestellen, gebouwd in 1911 door de Cambridge Scientific Instrument Company te Londen.[2]

Voor Einthovens tijd was het reeds bekend dat de hartslag gepaard ging met kleine elektrische stromen, maar instrumenten uit die tijd konden dit fenomeen niet nauwkeurig genoeg meten zonder de elektroden direct op het hart te plaatsen. Eind 19e eeuw was Einthoven in het Leids Physiologisch Laboratorium begonnen met het registreren van deze elektrische activiteit van het hart bij gezonde en zieke mensen.

Voor dit doel gebruikte hij de capillaire elektrometer, die in 1873 door Gabriel Lippmann was ontworpen. In 1887 was het de Engelse fysioloog Augustus Desiré Waller voor het eerst gelukt om met dit instrument de actiestromen van met menselijke hart vast te leggen. Ondanks de verbeteringen die Einthoven doorvoerde, zodat hij een nauwkeurige registratie verkreeg bleef het werken met de capillaire elektrometer te omslachtig.

Einthoven ging op zoek naar een beter meetinstrument en richtte zijn aandacht op de galvanometer van Deprez-d'Arsonval, waaruit hij begin 1901 de snaargalvanometer ontwikkelde. In Galvanometrische registratie van het menschelijk electrocardiogram (1903) publiceerde hij zijn uitvinding.[3]

Zijn instrument bestond uit een zeer dunne stroomgeleidende kwartsdraad die verticaal gespannen was tussen twee sterke elektromagneten. De ragfijne draden had Einthoven zelf gemaakt door halfgesmolten glasdraden met pijl-en-boog weg te schieten en het resultaat te voorzien van een geleidende zilverlaag. Wanneer een stroom door de draad liep zorgde het magneetveld ervoor dat deze bewoog. Via een microscoop werd de uitslag van de draad vergroot en vervolgens vastgelegd op een draaiende rol fotografisch papier die de continue uitslag van de kwartsdraad registreerde.

Telecardiogram

Op 22 maart 1905 werd het eerste cardiogram door Einthoven opgenomen. Het apparaat was echter zo groot en zwaar dat het niet naast het bed van de patiënt gezet kon worden; patiënten moesten naar het instrument worden vervoerd. Hiervoor kreeg Einthoven geen toestemming van de ziekenhuisdirectie omdat de meeste patiënten te verzwakt waren om naar het Fysiologisch Laboratorium te komen. Daarom bracht hij tussen de patiënt en zijn snaargalvanometer met behulp van een telefoonlijn een verbinding tot stand. Hierdoor lukte het Einthoven in 1906 een aantal cardiogrammen te publiceren waarop diverse hartafwijkingen te zien waren.[4]

Met zijn nieuwe apparaat bracht Einthoven ook standaardisatie aan in het uitvoeren van hartmetingen. Optimale plaatsing van de elektroden, snelheid van registratie en ijking van de gevoeligheid waren belangrijk voor acceptatie van het medisch instrument en de resultaten ervan. De door Einthoven geïntroduceerde afleidingen maken nog altijd deel uit van het standaard-elektrocardiogram zoals dat overal ter wereld wordt gebruikt, en ook de namen die hij aan de verschillende delen van het elektrocardiogram gaf zijn tot standaard geworden. Nog altijd is het elektrocardiogram een essentieel hulpmiddel voor de cardioloog.

Einthoven verbeterde zijn apparaat door een vacuümmodel van de snaargalvanometer te ontwikkelen. Zijn zoon Willem Fredrik (1893-1945), die in Delft studeerde, wilde deze galvanometer gebruiken als elektrisch resonantie-instrument om uitgezonden radiotelegrammen in morsecode uit Nederlands-Indië fotografisch te registreren. In 1923 lukte het om een radiotelegram uit Bandoeng over een afstand van 12 000 km fotografisch te registreren.
Lees volledige beschrijving Beschrijving inklappen
Deel deze advertentie via:
Advertentienummer: m1295098712
Advertenties door Google

Meld aan Marktplaats

Dagelijks behandelen wij duizenden gemelde advertenties. We geven hierbij prioriteit aan advertenties die door meerdere bezoekers zijn gemeld. Lees hier de regels en voorwaarden die gelden voor het plaatsen van een advertentie.

Wat klopt er niet?

Inloggen