Wie is ILT?

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bewaakt en stimuleert de naleving van wet- en regelgeving voor een veilige en duurzame leefomgeving en transport. ILT staat voor een goede dienstverlening, rechtvaardige handhaving en adequate opsporing. Dit zoveel als mogelijk in samenwerking met andere inspecties, risico gestuurd, uitgaande van vertrouwen en gericht op de reductie van de toezichtlast. Beleidmakers bepalen de regels, burgers en bedrijven zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en de inspectie ziet toe op de naleving.

Leefomgeving

De domeinen Leefomgeving zetten zich in voor het behoud van een veilige en gezonde woon- en werkomgeving en het beperken van belastende invloeden op het milieu. Denk hierbij aan het toezicht op de veiligheid van bouwwerken en drinkwater, de beperking van risico's van gevaarlijke stoffen en industrieën, de verantwoorde verwerking van afval en de preventie en sanering van vervuilingen in bodem en water.

Transport

De transportdomeinen zetten zich in voor een veilig transport over de weg, over het water en door de lucht. Denk hierbij aan het toezicht op bedrijven werkzaam in deze sectoren, de infrastructuur op het spoor en in de luchtvaart en de eisen gesteld aan de rust- en rij(vaar/vlieg)tijden, vakbekwaamheid, belading en onderhoud. 
Burgers, ondernemers en andere overheden kunnen op deze site informatie vinden over welke ontwikkelingen, wet- en regelgeving, vereiste documenten en eventuele opleidingen die op hen van toepassing zijn.
De ILT is de inspectie die voortkomt uit de samenvoeging van de VROM-inspectie (VI) en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW).

Contact

Heb je een vraag of klacht over de producten en diensten van de inspectie of wil je een melding doen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier.

ILT is ook te bereiken onder telefoonnummer 088-4890000.

Kijk op hier voor meer informatie over de ILT

Algemeen

Voor de verkoop en het voorhanden hebben (en gebruik) van biociden gelden wettelijke regels. Deze regels zijn nodig om mens en milieu te beschermen voor ongewenste effecten die kunnen ontstaan bij het gebruik van bepaalde biociden. Sommige biociden zijn in Nederland niet toegestaan. Concreet betekent dit dat men deze niet mag verkopen en ook niet op voorraad mag hebben, maar moet deze afvoeren als gevaarlijk afval.


Wat biociden precies zijn en hoe de wetgeving in elkaar zit (wettelijk kader) en hoe je er achter kunt komen of een middel wel of niet is toegestaan, wordt hieronder uitgelegd.

Wettelijk kader Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

In dit wettelijk kader worden de verboden en verplichtingen uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna Wgb) op een rijtje gezet. je zult zich altijd van de wetgeving op de hoogte moeten stellen. je kunt dit doen via http://www.rijksoverheid.nl/  en http://www.wetten.nl/. In de oorspronkelijke wetgeving kunnen voorwaarden en uitzonderingen zijn opgenomen die op je van toepassing zijn en in dit algemeen wettelijk kader niet aan de orde komen. Daarnaast kan wet- en regelgeving gewijzigd worden. je kunt daarom aan dit wettelijk kader geen rechten ontlenen.

 

  1. Biociden
    Een biocide is een werkzame stof of preparaat dat één of meer werkzame stoffen bevat, bestemd of aangewend om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden. je kunt hierbij denken aan de bestrijding van insecten, muizen, ratten, maar ook aan bijvoorbeeld houtconserveringsmiddelen, desinfecterende middelen, etc. Niet alleen preparaten die bedoeld zijn om organismen te doden vallen onder deze wet. Ook preparaten die organismen weren, zijn biociden, dit zijn middelen die bijvoorbeeld insecten niet doden maar bij je uit de buurt houden. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan preparaten die op kleding zijn aangebracht om insecten te weren.
    Preparaten met een bepaalde samenstelling kunnen ook een ander doel hebben, zoals genezing van mens en dier (medicijnen), bescherming van gewassen (gewasbeschermingsmiddelen), cosmetica, waarvoor andere regelgeving geldt. Het is dus belangrijk om te beoordelen met welk doel (bestemming) een preparaat op de markt wordt gebracht of gebruikt. Dit is te lezen op de verpakking.

  2. Relevante wet- en regelgeving
    Het gebruik van biociden valt sinds 1 oktober 2007 onder de Wgb. Deze wet heeft de Bestrijdingsmiddelenwet uit 1962 vervangen. In het Besluit en de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Bgb en Rgb) zijn de regels verder uitgewerkt. Op grond van de Wet op de economische delicten zijn overtredingen van de Wgb aangemerkt als economische delicten. Dat betekent dat bij overtreding proces-verbaal kan worden opgemaakt en het Openbaar Ministerie (OM) tot vervolging over kan gaan. Daarnaast kan bestuursrechtelijk worden opgetreden.

  3. Bestuursrechtelijke handhaving
    De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), de Arbeidsinspectie (AI) en de waterschappen controleren of je je aan de regels houdt. Bij een overtreding kunnen zij een boeterapport opmaken op grond waarvan een bestuurlijke boete opgelegd kan worden. Overtreed je de wet meerdere malen dan kan een zwaardere straf volgen en kan het OM overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Bij ernstige overtredingen wordt het OM altijd ingeschakeld.
    Daarnaast kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Een last onder dwangsom betekent dat je een geldelijk bedrag moet betalen (de dwangsom wordt verbeurd), indien je na een bepaalde termijn (de begunstigingstermijn) niet aan de last voldoet. je verbeurt bijvoorbeeld een dwangsom voor elke keer dat je een verbod overtreedt of een dwangsom voor elke week dat je een overtreding niet beëindigt.

  4. Verbod op het op de markt brengen en voorhanden hebben
    De kern van de Wgb is dat een biocide niet binnen Nederland mag worden gebracht, op de markt mag worden gebracht, voorhanden of in voorraad mag worden gehouden of worden gebruikt als deze in Nederland niet is toegelaten. Dit verbod is opgenomen in artikel 43 Wgb. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna Ctgb) is in Nederland belast met de bepaling of een middel toegelaten en gebruikt mag worden.

  5. Toelating door het Ctgb
    Het Ctgb toetst de middelen op de effecten voor mens, dier en milieu. Alleen middelen die op een veilige manier gebruikt kunnen worden en die geen onaanvaardbare effecten hebben, worden toegelaten voor bepaalde toepassingen. Ander gebruik van deze biociden of gebruik van biociden die niet zijn beoordeeld, is niet toegestaan. Het Ctgb zal bij de toelating gebruiksvoorschriften opnemen. Of een middel wel of niet is toegestaan is te vinden op de website van het Ctgb, http://www.ctb.agro.nl/, onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank. Hier kun je ook de gebruiksvoorschriften vinden, waar je je aan moet houden.

  6. Verbod op het handelen in strijd met de gebruiksvoorschriften en beperkingen
    De tweede kernbepaling in de Wgb is dat een biocide alleen volgens de voorschriften mag worden gebruikt. Een biocide wordt uitsluitend toegelaten voor bepaalde toepassingen, voor andere toepassingen mag het niet gebruikt worden. Een middel dat bijvoorbeeld alleen is toegelaten voor de bestrijding van wespen, mag niet worden ingezet om verf te conserveren. Voor laatstgenoemde toepassing is de werkzaamheid, maar ook het gevaar voor mens en milieu, niet getoetst. Ook van andere gebruiksvoorschriften – zoals concentratie en wijze van toepassing – mag niet worden afgeweken. Het is niet bekend wat de risico’s van het gebruik van het middel bij deze toepassing zijn. Het is op grond van artikel 43a Wgb verboden te handelen in strijd met de voorschriften en beperkingen. Biociden voor professioneel gebruik mogen niet worden toegepast door niet-professionele gebruiker en vice versa.

  7. Voorschriften ten aanzien van de verpakking
    Een toegelaten product is herkenbaar aan het toelatingsnummer op het etiket. Dit nummer wordt aan het middel gekoppeld op het moment dat het Ctgb heeft besloten dat het middel toegelaten is. Deze nummers bestaan uit 4 of 5 cijfers, gevolgd door de letter N. Als duidelijk is dat een product een biocide is, maar er geen toelatingsnummer op de verpakking vermeld staat, dan mag het middel niet worden gebruikt. Het op de markt brengen, voorhanden of in voorraad hebben en  het gebruik van dergelijke middelen is verboden. je kunt meer vinden over waar een verpakking aan moet voldoen in de regeling Nadere regels verpakking en aanduiding Milieugevaarlijke stoffen en preparaten.

  8. Vakbekwaamheidsdiploma
    Sommige middelen zijn alleen toegelaten voor professioneel gebruik. Het is op grond van artikel 71 Wgb verboden om zonder bewijs van vakbekwaamheid deze biociden te ontvangen, te gebruiken of voorhanden te hebben. Uit artikel 17a Bgb blijkt dat deze verplichting geldt voor:
           a. de distributie van gasvormige en gasvormende biociden,
           b. de bestrijding van mollen en woelratten,
           c. het afweren of bestrijden van een dierplaag,
           d. het bestrijden van een houtrotverwekkende schimmel, of
           e. het toepassen van gasvormige en gasvormende biociden.
    In artikel 6.6 Rgb is een aantal uitzonderingen opgenomen. Een bewijs van vakbekwaamheid is niet vereist voor  de industriële toepassing van een biocide in hout in verband met de conservering ervan tegen schimmels of dierplagen en het toepassen van een biocide voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van een houtrotverwekkende schimmel door een agrarische ondernemer op het eigen bedrijf. Ook voor het op de markt brengen van een biocide voor professioneel gebruik is (vooralsnog) geen bewijs van vakbekwaamheid vereist. De leverancier mag een biocide voor professioneel gebruik op grond van artikel 73 lid 1 Wgb alleen leveren aan een klant die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid. In de gevallen dat de gebruiker op grond van artikel 71 Wgb en artikel 17a Bgb over een vakbekwaamheidsdiploma moet beschikken, moet de leverancier dus controleren of hij dat vakbekwaamheidsdiploma heeft.

  9. Aanprijzing
    Het is op grond van artikel 72 Wgb verboden om niet-toegelaten biociden aan te bevelen of aan te prijzen. Daarnaast is het verboden aanbevelingen of aanprijzingen te doen die in strijd zijn met de voorschriften bij een toelating. Ook mag geen misleidende informatie worden gegeven over de gevaren van een biocide.

  10. Administratie
    Op grond van artikel 75 Wgb en artikel 24 van het Bgb dient een ieder die biociden distribueert, levert of aflevert een administratie bij te houden. Vooralsnog geldt deze verplichting alleen voor biociden voor professioneel gebruik. De administratie moet de volgende gegevens bevatten:
           a. de naam, zoals die op de verpakking is vermeld, en het toelatingsnummer,
           b. het aantal verpakkingseenheden per ontvangst of aflevering evenals de op de verpakking aangegeven volume- of massa-eenheden,
           c. de totale hoeveelheid voorraad en de veranderingen van de voorraad
           d. de datum van ontvangst, aflevering of verandering als bedoeld in de onderdelen b en c, en
           e. de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier of de afnemer van het gewasbeschermingsmiddel of biocide.

  11. Verhouding met het buitenland
    Het kan voorkomen dat middelen wel in het buitenland zijn toegelaten, maar niet in Nederland. De omgekeerde situatie kan ook voorkomen. Het gebruik van middelen die in het buitenland wel zijn toegestaan, maar geen Nederlands toelatingsnummer hebben, is verboden. Ook de handel en het in bezit hebben van deze middelen valt onder de Nederlandse regels en is dus niet toegestaan.

Wettelijk kader inzake aanbieden taxivervoer

De Inspectie Leefomgeving en Transport is onder meer belast met het toezicht op en handhaven van wet- en regelgeving op het gebied van personenvervoer (taxivervoer).
 
Ingevolge artikel 76 lid 1 van de Wet personenvervoer 2000, waarin regels worden gesteld ten aanzien van onder andere het taxivervoer,  is het verboden taxivervoer te verrichten zonder een daartoe verleende vergunning. In diezelfde wet staat wat onder taxivervoer wordt verstaan: ‘het vervoer van personen met personenauto’s tegen betaling’.
De vorm of benaming van het vervoer is niet van belang, de activiteit bepaalt of er sprake is van taxivervoer.
 
Het aanbieden van taxivervoer wordt in artikel 75 lid 1 van dezelfde Wet gelijkgesteld met taxivervoer en is derhalve ook vergunningplichtig.
 
Wanneer de Inspectie (ILT) constateert dat door of namens je taxivervoer wordt aangeboden op Marktplaats, terwijl je niet over de vereiste vergunning beschikt is er sprake van een overtreding. In feite een economisch misdrijf waarop sancties zijn gesteld.

Om aan deze ongewenste situatie een eind te maken is de door je op Marktplaats.nl geplaatste advertentie met betrekking tot het aanbieden van taxivervoer verwijderd.