Beschrijving

Jan Koster olieverf op doek omgeving Groningen
Heijdenrijk lijst
90x70cm

J. Costerus was het pseudniem, dat Jan Koster (Burum, 3-7-1874) koos om zijn kunstschilders-activiteiten te scheiden van zijn maatschappelijke functie als notaris in Ten Boer, met een knipoog naar deftige heren uit de 17e eeuw als Grotius (Hugo de Groot) en Baerleus (van Baerle).
Als zoon van veearts Oeds Koster en Jantje Vaatstra in Grijpskerk, bezoekt hij daar de MULO. Vervolgens woont hij als student notariaat in Grootegast, waar hij sinds 1901, als gediplomeerd candidaat-notaris, bij Mr. Hofstede aan het werk kan. Op 24 mei trouwt hij aldaar met de 23 jarige Hendrika Gesiena Wolthers uit Groningen. Bij koninklijk besluit van 19 februari 1909 wordt hij benoemd tot notaris in Ten Boer. Met zijn kinderen Oeds-Jan ( 5 ) en Pieterdina ( 3 ) vestigt hij zich, een maand later, in pand A 19 aan de Rijksweg langs het Damsterdiep, in Ten Boer. Tijdens de oorlog in 1941 zal hij nog naar pand B 1992, binnen de gemeente verhuizen.
Daarvoor, in1939 viert hij zijn 30 jarig jubileum als notaris. Een stukje in het Nieuwsblad v.h. Noorden roemt hem vooral als “een gezien notaris, die door taaie wilskracht en grooten ijver, een klein notariaat wist uit te bouwen tot een bloeiende plattelandspraktijk “. Om te vervolgen met: ”Behalve als notaris is de heer Koster wijd en zijd bekend als een liefhebber van de schilderkunst en als kunstverzamelaar”. Nog niets over de schilder Costerus dus.
Toch is dan de amateurschilder al jaren bezig met schilderen en vooral tekenen in de vrije natuur. Bij mooi en slecht weer trekt hij er vroeg op uit om met Siberisch krijt (geperst houtskool) snelle schetsen te maken. Dan vlug naar huis, de laarzen uit en om 9 uur zit de notaris in keurig pak met vlinderdas achter zijn bureau. Dikke stapels tekeningen op dun papier bevinden zich nog steeds in handen van zijn familie.
Zijn redelijk inkomen gebruikt hij intussen om een grote schilderijenverzameling op te bouwen, met werken van Jacob Maris, Tholen, Israëls, Kuiten, W. de Zwart en Arnold Koning, met wie hij persoonlijk bevriend is. Deze impressionistische schilders van de Haagse school hebben grote invloed op zijn eigen schilderstechniek. Wel zal hij nog breder en vrijer gaan schilderen, maar altijd met het wat grijzige kleurpalet, dat hij bij het Groninger landschap vond passen
.
Als hij zeventig wordt (in 1944) neemt zijn zoon de notarispraktijk over en op 15 april 1946 verhuist hij definitief naar Groningen, waar hij zich volop in de kunstwereld stort. Hij maakt contact met de schilders van de Ploeg zoals Johan Dijkstra, Hendrik de Vries en Jan Altinkt en wordt geaccepteerd als lid. Toch moet er eerder contact zijn geweest, getuige een door de bekende (Academie) Minerva-docent, J.H. Bach geschilderd portret, als tekenende student.
Al in october1946 heeft hij een solo-expositie in het Beerenhuis, (bij de kunsthandelaar Braamhorst) zo ook in ’47, ‘48 en ’49.
Zowel Abe Kuipers in het Vrije Volk als Johan Dijkstra in Het Nieuwsblad v/h Noorden evenals Trouw, schrijven lovende kritieken. Men wijst vooral op de jonge, frisse en gedurfde stijl van deze zeventiger, “wiens prestaties ver uitstijgen boven die van den gemiddelde amateur”. In de loop der tijd, als het nieuws van de oude schilder er wat af gaat, komt er ook wat kritiek los uit de hoek van de jongere ploeg-schilders die zich meer richten op het Duitse Expressionisme en de Franse Fauves ( 1905 – 1920). Het hevige kleurgebruik en de emotioneel-gestuurde vormgeving vormden immers het “moderne” gezicht van de Ploeg. Daarbij bleven de molens en oude boerderijtjes in grijzige tinten van Costerus, wat te veel in het 19e eeuwse impressionisme steken.
Intussen bleef Jan Koster ook actief op het organisatorische vlak. Hij zat in het bestuur van het Kunstlievend Genoodschap Pictura en stichtte in 1950 de Vrije Academie, mogelijk gemaakt door het Jan Kosterfonds dat hij samen met de kunsthandelaar Braamhorst in het leven had geroepen. Deze Vrije Academie gaf de gelegenheid aan beroeps- en amateurkunstenaars om in het Pictura-gebouw wekelijks naar model te tekenen. Voor veel Ploegleden een uitkomst.
In 1951 wordt zijn werk al weer tot “het beste van de Kersttentoonstelling van De Ploeg in Pictura gerekend “ door Hendrik de Vries in het Nieuwsblad.
Op17 februari 1954 ontvangt hij de Cultuurprijs van de provincie Groningen uit handen van Commissaris der Koningin dr. E.H. Ebels, samen met de componist Louis Somer.
Hierna kan Costerus nog twee jaar doorschilderen met o.a. een nieuwe aquareltechniek van met benzine verdunde olieverf, tot hij als 82-jarige overlijdt.
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Zuidhorn
345x bekeken
7x bewaard
Sinds 16 mei '26
Advertentienummer: m2400040846