Smeekschrift der Edelen aan de landvoogdes Margaretha van Pa

€ 45,00
Ophalen
290sinds 30 mar. '25, 11:37
Deel via
of

Beschrijving

Overhandiging van het Overhandiging van het Smeekschrift der Edelen aan de landvoogdes Margaretha van Parma, 1566
't Verzoekschrift der Edelen overgeleverd aan de Landvoogdesse der Nederlanden, in het jaar 1566

Nederlandse edelen bieden de landvoogdes Margaretha van Parma een petitie aan, het Smeekschrift der Edelen. De landvoogdes zit in een stoel op een verhoging en hoort de heren aan.

Vervaardiging

Vervaardiger

prentmaker: Simon Fokke (vermeld op object)

uitgever: Isaak Tirion (vermeld op object)

Plaats vervaardiging

Amsterdam

Datering

1729 - 1766

Afmetingen met lijst
22 x 18,5 cm
Beeld
19,5 x 16 cm
Exclusief verzendkosten
Verzenden voor risico koper
S1


Het Smeekschrift der Edelen was in de Nederlanden tijdens het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog, een verzoekschrift dat ongeveer 200 edelen, verenigd in het Eedverbond der Edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, op 5 april 1566 aanboden aan de landvoogdes Margaretha van Parma.
Het was opgesteld in het Frans door Jan van Marnix, broer van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Brederode en Lodewijk van Nassau brachten correcties aan, waarna het ondertekend is en vertaald is in het Nederlands en in het Duits.[1]
Tijdens de bruiloft van Alexander Farnese, de zoon van landvoogdes Margaretha, verschaften de edelen zich toegang tot het Paleis op de Koudenberg en overhandigden hun smeekschrift aan de landvoogdes. Dit veroordeelde de Inquisitie in felle bewoordingen en dreigde nauwelijks verholen met gewapende opstand als er geen einde zou komen aan de vervolging.[2] Toch keerde het smeekschrift zich voor het overige niet tegen het gezag van koning, regering of kerk.
Tijdens de aanbieding van het smeekschrift werden de edelen (calvinistische opstandelingen) voor het eerst neerbuigend Geuzen genoemd door Karel van Berlaymont.[3][4]
Margaretha stemde in met een opschorting van de plakkaten terwijl een afvaardiging van de Staten het verzoekschrift zou overhandigen aan Filips II van Spanje. Ondertussen reisde Brederode de Nederlanden af om nog meer edelen achter het smeekschrift te scharen.[5] Er werden steundemonstraties georganiseerd door de bevolking van Amsterdam, Haarlem en andere steden.
De lutheranen en calvinisten maakten gebruik van de opschorting om zich openlijk te manifesteren. De zogenaamde hagenpreken van 1566 namen een aanvang in West-Vlaanderen en verspreidden zich snel naar Antwerpen, Breda, Haarlem en Amsterdam, en vandaar verder naar Friesland. Een koortsachtige verwachting van geestelijke vernieuwing nam bezit van het land. De opgehoopte spanning uitte zich in de Beeldenstorm, die overigens door vele protestanten is veroordeeld.[6]
Het Smeekschrift had verder, evenals het tweede (30 juli 1566) en het derde Smeekschrift (februari 1567), geen praktisch resultaat.
't Verzoekschrift der Edelen overgeleverd aan de Landvoogdesse der Nederlanden, in het jaar 1566

Nederlandse edelen bieden de landvoogdes Margaretha van Parma een petitie aan, het Smeekschrift der Edelen. De landvoogdes zit in een stoel op een verhoging en hoort de heren aan.

Vervaardiging

Vervaardiger

prentmaker: Simon Fokke (vermeld op object)

uitgever: Isaak Tirion (vermeld op object)

Plaats vervaardiging

Amsterdam

Datering

1729 - 1766

Afmetingen met lijst
22 x 18,5 cm
Beeld
19,5 x 16 cm
Exclusief verzendkosten
Verzenden voor risico koper
S1


Het Smeekschrift der Edelen was in de Nederlanden tijdens het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog, een verzoekschrift dat ongeveer 200 edelen, verenigd in het Eedverbond der Edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, op 5 april 1566 aanboden aan de landvoogdes Margaretha van Parma.
Het was opgesteld in het Frans door Jan van Marnix, broer van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Brederode en Lodewijk van Nassau brachten correcties aan, waarna het ondertekend is en vertaald is in het Nederlands en in het Duits.[1]
Tijdens de bruiloft van Alexander Farnese, de zoon van landvoogdes Margaretha, verschaften de edelen zich toegang tot het Paleis op de Koudenberg en overhandigden hun smeekschrift aan de landvoogdes. Dit veroordeelde de Inquisitie in felle bewoordingen en dreigde nauwelijks verholen met gewapende opstand als er geen einde zou komen aan de vervolging.[2] Toch keerde het smeekschrift zich voor het overige niet tegen het gezag van koning, regering of kerk.
Tijdens de aanbieding van het smeekschrift werden de edelen (calvinistische opstandelingen) voor het eerst neerbuigend Geuzen genoemd door Karel van Berlaymont.[3][4]
Margaretha stemde in met een opschorting van de plakkaten terwijl een afvaardiging van de Staten het verzoekschrift zou overhandigen aan Filips II van Spanje. Ondertussen reisde Brederode de Nederlanden af om nog meer edelen achter het smeekschrift te scharen.[5] Er werden steundemonstraties georganiseerd door de bevolking van Amsterdam, Haarlem en andere steden.
De lutheranen en calvinisten maakten gebruik van de opschorting om zich openlijk te manifesteren. De zogenaamde hagenpreken van 1566 namen een aanvang in West-Vlaanderen en verspreidden zich snel naar Antwerpen, Breda, Haarlem en Amsterdam, en vandaar verder naar Friesland. Een koortsachtige verwachting van geestelijke vernieuwing nam bezit van het land. De opgehoopte spanning uitte zich in de Beeldenstorm, die overigens door vele protestanten is veroordeeld.[6]
Het Smeekschrift had verder, evenals het tweede (30 juli 1566) en het derde Smeekschrift (februari 1567), geen praktisch resultaat.
Advertentienummer: m2251605213